13 tot 15 februari 2015

Madang, vrijdag 13 tot zondag 15 februari 2015

Dag allemaal,
Een paar impressies tijdens mijn weekend dienst van dit weekend.

De eerste 14 uren van de dienst van 81 uren zitten er weer op. Het is rustig en we hebben nog geen operaties.
Gisteravond was er opschudding op de kraamafdeling: een onbekende man was omstreeks 11 uur ’s avonds op de kraamafdeling binnengekomen met plastic handschoenen aan en een mondmasker voor. Hij benaderde een vrouw met weeën en zei dat hij dokter was en dat hij haar wilde onderzoeken. Ze moest voor hem uit naar de douche en daar betastte hij haar onzedelijk op allerlei plaatsen. Hij zei dat ze zo niet kon bevallen en dat hij haar over 5 minuten weer zou onderzoeken. Ze rook dat hij een alcoholwalm had en waarschuwde de verloskundigen die er niets van hadden gemerkt. En ze vertelde dat een dokter zo’n vreemde manier van onderzoeken had gehad. Er werd nu alarm geslagen. Het bleek dat hij ook al een vrouwelijke patiënt had belaagd op de spoed. Intussen was de man al weer naar een andere afdeling gegaan, de vrouwenafdeling, en probeerde daar iemand aan de borsten uit bed te trekken om met hem mee te gaan voor een inwendig onderzoek. Dat weigerde de vrouw. Toen was de man weer naar buiten gegaan. Daarna werd hij bij de kinderafdeling gepakt. Hij werd flink afgeranseld door een groepje hevig verontwaardigde mensen. Daarna was hij vastgebonden en de politie werd gebeld. Die hadden hem meegenomen en opgesloten. Vanmorgen is de gynaecoloog naar het politiebureau gegaan om te voorkomen dat ze hem zo maar weer vrij zouden laten.

Verder was het vannacht onmogelijk om bloed te geven aan twee vrouwen die het wel hard nodig hadden. De man van het LAB had geen sleutel en was niet van zins er een te krijgen. Marilyn heeft al een klaagbrief geschreven naar het management. Goed voorbeeld (van mij) doet goed volgen.

Vrijdag is samen met de woensdag onze operatiedag. Ik heb een vasectomie gedaan, daarna waren er twee vrouwen die moesten worden gesteriliseerd. Dat heb ik gedaan met een co die voor het eerst op de OK kwam. Die leerde ik hoe e handen moest wassen.Toen was er nog een curettage. Dat was nog best moeilijk voor de tweede co, iemand die er nog maar één of twee had gedaan. Maar goed, hij heeft er weer wat van geleerd. Vanmiddag was Robert, de nieuwe gynaecoloog in opleiding ziek. Zonder zich af te melden is hij naar huis gegaan. Dus het uurtje met discussies over allerlei onderwerpen verviel. Later kwam ik er achter dat hij ook het werk van vanmorgen niet had afgemaakt. Onder andere drie ECHOs van opgenomen zwangeren. De eerste ECHO was bij een verloskundige die bij ons in het ziekenhuis haar opleiding doet. Gisteren was ze opgenomen met malaria, nu was ze al weer opgeknapt. Maar was het kind aan de grote kant of waren er twee? Er was in november al gevonden dat er één kind was. Bij ECHO bleek dat het kind niet meer leefde. Het hart klopte niet meer. Het was een groot raadsel hoe het kind zomaar plotseling was komen te overlijden. Noch zij, noch ik konden het geloven. Ik heb misschien wel 10 minuten naar hartactie gezocht, maar niets gevonden. Dus daarna heb ik alles uitgelegd. Waarschijnlijk zullen we zondag of maandag de bevalling inleiden. Wel heel sneu voor zo’n jonge vrouw, altijd in de weer met bevallingen van andere vrouwen en nu gaat haar eigen kind zomaar dood.

Verder heb ik de statistiek afgemaakt voor de tweede helft van het jaar. In de tweede helft van het jaar waren er 1634 bevallingen geweest, er waren 1678 kinderen geboren, in deze zes maanden waren er 38 tweelingen bij en drie drielingen. Er werden 64 keizersnedes gedaan waarbij 67 kinderen werden geboren. 88 babies werden dmv een vacuümextractie geboren. Ondanks dat we proberen alle kinderen in stuitligging te draaien bij 36 weken waren er toch nog 80 kinderen die in stuitligging vaginaal werden geboren. 1590 kinderen zijn gezond en wel naar huis gegaan. Er was één vrouw tgv de zwangerschap en de bevalling overleden.
Minpunten waren er ook nog wel: bij 41% van de zwangeren was nooit bloed afgenomen voor een Hb. 44% was niet getest op syfilis, terwijl wel 4% van de geteste vrouwen positief was en dus behandeld werd, zodat het kind minder kans had om ernstig beschadigd geboren te worden. 53% van de vrouwen was niet getest op HIV. Van de geteste vrouwen was 1% positief. In het totaal 8 vrouwen. De meesten van die acht wisten dat trouwens al en waren al onder behandeling. Mar er zijn er dus ook 9 geweest die niet zijn getest maar ook HIV hebben en dus een forse kans hebben hun kind te besmetten, voor de geboorte, tijdens de geboorte of naderhand door de borstvoeding.
Vrouwen die een aantal malen op zwangerschapscontrole waren geweest, gescreend waren op ziektes, injecties hadden gehad tegen tetanus, eventueel ijzer tabletten hadden gehad, voorlichtings-uurtjes hadden bezocht en dergelijke, hadden 3,5% kans dat hun kind voor of vlak na de geboorte zou overlijden. Als ze nooit waren geweest was die kans ruim 9%.

Zo heeft iedere verloskunde kliniek weer andere zorgen. In Schotland rookt 17% van de vrouwen gewoon door tijdens de zwangerschap. In Glasgow en omgeving is er een onderzoek gedaan naar de bereidheid van vrouwen om tijdens de zwangerschap te stoppen met roken. Je kunt ook nog testen of iemand echt is gestopt door de urine te onderzoeken, met een cotinine test. Er werden twee groepen van ongeveer 300 vrouwen gevormd: de ene groep kreeg de gewone adviezen, de andere groep kon waardebonnen verdienen door niet te roken, met over 6 maanden een totale waarde van 400 pond (500 euro) The intervention group received routine care plus the offer of up to £400 of shopping vouchers: £50 for attending a face to face appointment and setting a quit date; then another £50 if at four weeks’ post-quit date exhaled carbon monoxide confirmed quitting; a further £100 was provided for continued validated abstinence of exhaled carbon monoxide after 12 weeks; a final £200 voucher was provided for validated abstinence of exhaled carbon monoxide at 34-38 weeks’ gestation. Zo staat het in het onderzoek vermeld.
Dat trok een aantal vrouwen over de streep. Niet stoppen omdat je het over hebt voor je baby in aanleg, maar wel stoppen omdat je dan voor een paar honderd euro kan shoppen in kledingzaken en supermarkten. Het onderzoek had in ieder geval zoveel vrouwen geholpen dat het onderzoek nu op grotere schaal zal worden overgedaan. (British Medical Journal, 27 Jan 2015) Het verschil: ongeveer 20% was aan het eind van de zwangerschap nog steeds gestopt, ipv 8,6%. Het kwam erop neer dat als je 7 à 8 vrouwen geld aanbiedt, er één van aan het eind van de zwangerschap wél is gestopt i.p.v. niet. De anderen roken gewoon door of zouden evengoed al zijn gestopt.

…………………………………………………………………………………………………………………….

De eerste 27 uren van de dienst zitten erop. Het was rustig vannacht. Vanmorgen is de baby van de student-verloskundige geboren waarvan ik gistermiddag had vastgesteld dat het plotseling was overleden. Het is door een oude verpleegkundige nog gedoopt en er zijn foto’s gemaakt, van het kind, en van het kind samen met de ouders. Ik heb in Apeldoorn geleerd dat je de ouders kunt condoleren, maar dat je het daarnaast ook (voorzichtig) kunt feliciteren met het feit dat het zo’n mooie lieve baby was, die al zover gevorderd was, 35 weken in dit geval.

Zo gaat de dienst rustig verder: zaalvisites, een scan bij een vrouw met endometriose-cyste van 6x7x10 cm.
De vrouwen die gisteren een sterilisatie hebben gehad zijn in goede toestand. ze mogen vandaag naar huis met 3 dagen pijnstillers.
Er was een zwangere vrouw opgenomen, die er mager uitzag en een longontsteking had en schimmel op de tong en in de slokdarm. Ze had zoveel pijn bij het slikken dat ze het spuug liever uit de mond liet lopen. Ze had geen HIV, geen TBC, maar wél suikerziekte. De eerste vrouw met suikerziekte in maanden.

Daarna had ik tijd om het verhaal van Chantal van het Zandt, huisarts, te lezen. Bij 35 weken zwangerschap wordt ze door de zorgverzekeraar beschuldigd van fraude: ze zou meer hebben gedeclareerd dan gebruikelijk, dus schuldig zijn. Lees goed: ze wordt ervan beschuldigd dat ze vaker of langer bij terminale patiënten is langs geweest dan sommige andere huisartsen. Ze wordt aan het eind van de zwangerschap ernstig onheus behandeld door de ziektekostenverzekeraar en ook na vele maanden sleept de zaak nog voort. Ik heb een link naar het hele verhaal op Facebook gezet.

……………………………………………………………………………………………………………….

Na 32 uren dienst: Wanneer ik warm heb gegeten loop ik langs de Spoed Eisende Hulp (SEH) Er is daar net een vrouw van 30 jaar gezien, met een tweede zwangerschap, met sinds gisteren heftige buikpijn. Ze heeft een ectopic volgens de arts van de SEH. Hij heeft een hartje zien kloppen rechts, naast de baarmoeder. Wat op de SEH wordt bedacht, klopt niet altijd, maar iedereen is jong en van goeden wille.
Ik laat haar naar onze afdeling overplaatsen en vraag of er al bloed is geprikt: het is al naar het LAB gebracht.
Ik loop langs het LAB: daar ligt geen bloed van haar. Terug naar de SEH: ze moeten niets vertellen wat niet waar is. Nu neem ik de patiënt zelf mee en bloed wordt nu wél naar het LAB gestuurd. Ik doe de scan opnieuw en voor het eerst van mijn leven zie ik ver buiten de baarmoeder een hartje kloppen van een embryo van anderhalve centimeter, dat geen kans zou hebben gehad om ooit een baby te worden, maar dat de moeder wel in levensgevaar zou kunnen brengen. De co die dienst heeft kan haar nu gaan “statussen”. Ik kan nu briefjes meegeven aan een chauffeur die de anaesthesie-medewerkers en het OK personeel gaat ophalen. Het minibusje van het ziekenhuis vertrekt meteen. Dat gaat eventjes mooi vlug!!
Ik haal onderwijl twee zakken getest bloed op bij het LAB. En deze worden in de koeling van de verloskamer gelegd. Nu kunnen we rustig wachten op de mensen van de OK en de anaesthesie.
Anderhalf uur nadat de chauffeur op zoek is gegaan naar mensen komt hij terug. Er is er één te weinig. Ook hebben ze bedacht dat het het handigste is om cilinders zuurstof die bijna leeg zijn niet te wisselen aan het einde van de dag, maar liever op het moment dat in een weekend of ’s nachts duidelijk wordt dat ze die nodig hebben. Dus nu, en daarop kunnen we nu weer een poos wachten. Daarom duurt het toch weer drie uren voordat ik met de operatie kan beginnen, gerekend vanaf de tijd dat ik iedereen van de OK heb laten roepen.
Ik zal het wel nooit normaal gaan vinden. Het is een geluk dat de vrouw nog niet hevig bloedt in de buik. Nu kan al dat geteut niet zoveel kwaad.

De operatie begint. De buik is niet opgezet en het lijkt of ze niet veel bloed heeft verloren We starten niet met de autotransfusie. Bij het openen van de buik zit er wel bloed in de buik. Het lijkt mee te vallen, maar meer en meer bloed komt los. Aan het eind van de operatie komen we toch op meer dan een liter bloedverlies. Hadden we nu de autotransfusie maar gebruikt. We hebben wel twee zakken bloed gegeven tijdens de operatie, maar toch is het jammer. Het is een lastige operatie, ik weet wel waar de ectopic zit, hoog aan de rechter kant tegen rechter eierstok aan, maar ik kan er slecht bij, de vruchtzak laat los van de omgeving, even later vind ik die, met het vruchtje er nog in terug tussen de darmen. Er is geen mooi instrumentarium, alleen te grove klemmen, en daarmee scheid ik de eileider van de omgeving en kan ik die in één keer verwijderen; het bloedt na waar ik heb geopereerd, ik moet een serie extra hechtingen leggen en ik vergeet in mijn ergernis naar de andere kant te kijken om te zien of er in de linker eileider ook verklevingen zitten. Dat zegt een klein beetje over de prognose van haar vruchtbaarheid. Het heeft geen nut eventuele verklevingen los te maken. Haar toestand is netjes stabiel. Ik geloof dat ze niet zal nabloeden, maar het is een operatie die ik anders zou doen als ik het over kon doen. (Wel autotransfusie klaarzetten voordat de operatie begint ook al zijn er geen tekenen van een forse bloeding, en wél naar de andere kant kijken). Het enige goede dat ik kan zeggen: Haar leven is niet meer in gevaar.
“A bad handworksman always blames his tools,” dus is zal verder nergens over mopperen. Ik neem me voor: Als ik nog een operatie krijg waarop ik drie uur moet wachten moet ik proberen extra bedachtzaam, stap voor stap, rustig te mijn operatie te volbrengen.

Dan is het tijd voor het avondeten. Geroosterd brood, dat extra lekker is omdat ik gisteren de broodrooster heb gerepareerd die op de grond was gevallen en het toen niet meer deed: hij sloeg niet meer af. NU is het ding weer goed.

Daarna zijn er weer mensen op de SEH, er is een jonge vrouw die dronken was geraakt / gevoerd en mogelijk marihuana had gerookt. Die hebben ze bewusteloos aan de kant van de weg gelegd, met de broek nog uit.
Ze is nog ernstig “onder invloed” en beweert dat ze zeker-weten niet is verkracht. Ik neem haar voor haar eigen bescherming op op de afdeling en morgen, wanneer ze weer normaal is, zal ik nog eens vragen wat er is gebeurd. Bij verkrachting of unsafe sex kan ik haar antibiotica en anti HIV medicijnen geven en iets om een zwangerschap te voorkomen.

Er zijn nu 37 uren voorbij van de 81. We wachten rustig af. Ik heb een aardige co-assistent vandaag. En er is tijd om te eten en te drinken.

……………………………………..

Nu is het zondagmorgen acht uur. 48 uren voorbij. Ik ben vannacht niet geroepen. Ik kan met de zaalvisite beginnen. Maar er is geen co-assistent. Die hoort om zeven uur te komen om de zaalvisite op de kraamafdeling voor te bereiden. Even later komt de co van vandaag aanlopen, met een alcohol-kegel. De linker kant van zijn hoofd is fors opgezwollen en boven zijn linker wenkbrauw zit een wond die vannacht is gehecht. Hij kan niet werken vandaag, zo vertelt hij. Dat vind ik ook. Ik wens hem een snel herstel. Dan maar géén co-assistent vandaag.
…………………………………………..
Ik heb rondjes gelopen, ook langs de mensen die anders alleen door de co zouden zijn gezien.
Daarna heb ik de ontslaggegevens ingevuld, een Implanon ingebracht, formulieren geschreven voor bloed transfusies, er ook bloed voor afgenomen. Toen was er een vrouw die bij 16 wk een niet te stoppen miskraam had.
Toen kwam er een vrouw die maar één (onvolledige) zwangerschapscontrole had gehad. Nu werd ze verwezen omdat het niet opschoot. Inmiddels was ze 18 uur in de weeën. Bij aankomst hier had ze geen weeën meer. Ze riep aanhoudend om haar moeder die meegekomen was, maar nu de stad in was om boodschappen te doen. De verloskundigen hier vonden dat er een tweeling was. Ook was de bloeddruk veel te hoog. Maar er zat geruststellend weinig eiwit in de urine. Op de ECHO zagen we twee levende kinderen. Met een infuus oxytocine kwamen de weeën traag op gang. Omdat ze niet kon / wilde persen hebben we een knip gegeven en de eerste baby met een vacuüm gehaald. Een mooi, prematuur meisje van een week of 36. Toen nummer twee. Het hoofd werd omlaag geduwd, de vliezen werden gebroken, veel meconium, dus misschien was de baby benauwd of benauwd geweest. Deze baby, ook een meisje vol huidsmeer, werd na vijf persweeën geboren en was ook direct goed op gang en heeft waarschijnlijk behoord tot de 90% van de babies met meconium in het vruchtwater die het niet echt benauwd hebben gehad. De nageboorte kwam, compleet, met één navelstreng die in de vliezen begon. Een “velamentosa”.

En toen kwam de verwachte nabloeding. Toen de baarmoeder goed samengetrokken leek, ging ik de knip repareren, maar er bleef bloed komen van hogerop. Dus na pethidine 100 mg iv keken we verder: er zat geen duidelijke scheur in de baarmoedermond. Er zaten alleen stolsels maar geen resten nageboorte in de baarmoeder. Wat twijfelachtig was van de baarmoedermond heb ik gehecht, daarna zijn verdere scheuren en de knip gehecht, ze kreeg alles wat ze in Apeldoorn ook zou hebben gekregen en we hopen dat de babies van 2100 en 2200 gram snel zullen aansterken. De moeder is steeds bij bewustzijn geweest, heeft alleen even een snelle pols gehad, en zal wel in aanmerking komen voor bloed, als dat er tenminste is.
Even later lopen de twee zakken bloed in rustig tempo in bij de bovenbeschreven vrouw.

De ene na de andere vrouw bevalt, maar er zijn geen grote problemen mee. De drie kinderen die vandaag worden geboren en onder de 2300 gram zijn worden netjes door de kinderartsen in opleiding gezien.

Ik sluit maar weer af. Ik hoop dat iedereen een leuke zondag heeft.

Groeten en tot een volgende keer,

Gert van den Berg

11 mei 2014. Alles verandert, maar slechts heel langzaam

Madang 11 mei 2014.

 

Hallo allemaal,

Internet was langere tijd te traag  om een foto te downloaden of een verhaal op Facebook te kunnen zetten.

Helaas zijn er vandaag veel medische verhalen bij, Ik heb er zelfs een aantal weggelaten, zoals over een dermoïd-cyste. Sla het rustig over, wanneer het niet boeiend, of onbegrijpelijk is. Vanaf Pasen ben ik bijna alleen dokter geweest dus ik had niet veel stof om over andere dingen te schrijven.  Ik heb de medische verhalen die je makkelijk kunt overslaan zonder de draad van het verhaal kwijt te raken schuingedrukt. Helaas lukt dat niet op Facebook.  

 

Het is zondagmorgen, ik heb nog steeds dienst, nu alleen achterwacht voor Marilyn, gynaecoloog in opleiding, die nu aan haar vierde week bezig is. We hebben net zaalvisite gelopen, dus ik kan nu rustig thuis zitten, dat wil zeggen de was doen, een verhaal schrijven voor Facebook en voor mijn blog berghoeve11.wordpress.com en straks boodschappen doen. Ik heb mijn mobiel bij me en op de fiets ben ik na 8 minuten in het ziekenhuis. Dat lijkt verantwoord. ’s Nachts is het te onveilig op straat en dat betekent dat ik dan in het ziekenhuis moet slapen. Ook wanneer ik achterwacht ben voor Marilyn. De andere twee gynaecologen in opleiding (4e jaars en 2e jaars) zijn allebei in Port Moresby voor een cursus van twee weken. Dus Marilyn en ik doen de diensten nu om en om, waardoor ik vannacht voor de 16de of 17de nacht achter elkaar in het ziekenhuis slaap. .Maar ik ben er eigenlijk nooit de hele nacht uit. Ik kan wel regelmatig een poosje slapen. En als ik om elf uur al ga liggen ipv om 12 uur en ik kom er een half uur later uit dan wanneer ik “thuis” ben, kom ik toch aan heel wat uren slaap. Ik merk dat omdat ik nu weer uitgebreid kan dromen.  Vorige week had ik een lange droom: Ik zat met een baby op schoot op het gras van de middenberm van een doorgaande weg in een  grote stad. Het waaide geweldig, ik moest me af en toe met de rug in een andere richting draaien om de baby uit de wind te houden. Er kwam een sneeuwstorm waarbij een paar meter bij me vandaan een hoge muur van sneeuw ontstond met een gat erin van een meter breed waar de sneeuwjacht vanaf mij en de baby echt met donderend geweld doorheen vloog. Ik moest me schrap zetten om niet te worden meegezogen. Na langere tijd kwam ik erachter dat de airco op 19 graden stond en dat die een klimaat had geschapen waarin zulke dromen kunnen ontstaan.

Vannacht was er een keizersnede (baby in voetligging bij een vrouw die voor de eerste keer zwanger was) en toen werd me weer helemaal duidelijk waarom ik achterwacht ben en mee moet opereren als assistent van haar. Het hoofdje van het kind kwam er niet vlot uit, de baarmoeder moest in de wond worden gebracht omdat we niet konden zien waarom het toch nog bloedde nadat er vier klemmen op de snede in de baarmoeder waren gezet en toen was de baarmoeder aan de grote kant om zo maar buiten te brengen, dat kostte moeite. Dichthechten en knopen leggen is ook nog geen automatisme voor haar. Maar dat zal wel komen. Ik heb het zelf ook voor een deel opnieuw geleerd van al dan niet ongeduldige specialisten in Heerenveen en Apeldoorn. Ik ben nog steeds blij dat ze me die kansen hebben gegeven en dat ze de moeite hebben genomen om tot in detail allerlei truukjes nog eens weer uit te leggen. En vannacht realiseerde ik me weer dat mensen als Marieke Paarlberg en Wilfred Spaans misschien af en toe wel wat hebben uitgestaan wanneer ik onder hun leiding een keizersnede moest doen in 2011/12. Inmiddels ben ik ruim 100 keizersnedes verder en kan ik veel redelijk uitleggen aan iemand anders die het nu moet leren.

Het werk is ruim voldoende om vijf dagen helemaal te vullen. ’s Avonds kan ik boeken lezen, blokfluit spelen en naar muziek luisteren. Zeker als achterwacht zijn het rustige diensten. Als je dan 2-3 boeken kan uitlezen per week is dat mooi meegenomen. Ik was het meest verbaasd over een prijswinnend boek (Booker Prize) uit 1998, “Amsterdam” van Ian Mc Ewan, dat Amsterdam beschrijft als een plaats waar je zonder enige moeite iemand anders kan laten doden met een injectie zonder dat aan welke voorwaarde voor euthanasie dan ook is voldaan.

Op internet lees ik dat anderen het ook een vreemd of slecht boek vonden. Ik was blij dat ik “de Kleine Johannes”, van Frederik van Eeden van Internet kon downloaden. Ik heb het, net als toen ik 14 was, in één dag en nacht uitgelezen. Ik weet nog dat ik de tranen in de ogen kreeg: het was één van de eerste “goddeloze” boeken die ik las, uit de bibliotheek van het Willem de Zwijger Lyceum in Bussum. Dat er zulke ontroerende dingen konden worden beschreven, die zo erg waar leken te zijn, en dat de wereld wellicht zo volkomen anders was dan ik altijd had geleerd, dat was een bijzondere ervaring. En ik citeer nog een paar keer per jaar wanneer de discussie gaat over “God” en “Jezus” ‘Noem die namen niet,’ zeide de gestalte; ‘zij waren heilig en rein als priestergewaden en kostelijk als voedend koren, doch zij zijn tot draf geworden voor de zwijnen en tot narrekleederen voor de dwazen. Noem hen niet, want hun zin is tot dwaling, hun wijding tot spot geworden. Wie mij kennen wil, werpe die namen weg en luistere naar zichzelven.’  wanneer Johannes hem heeft gevraagd of hij soms God is of Jezus Christus. Met andere woorden noem het hoogste goed niet “God” want die naam is teveel besmet met het misbruik door de Kerk en door sommige gelovigen.

Ik hark nog even wat stukjes van de laatste week bij elkaar. Het internet was te traag in het ziekenhuis om iets op Facebook of zo te zetten.

(2-5-14)

Ik word gebeld voor een vrouw met een grote vleesboom in de baarmoeder en 38 weken zwanger en een forse pre-eclampsie die al een keer of vier hydralazine iv heeft gehad, met vervelende tensiedalingen daarna, waaraan niemand iets heeft gedaan ondanks mijn herhaald verzoek om er dan wel iets aan te doen. Ze gaat misschien bevallen.

Die nacht zie ik haar opnieuw wanneer ik uit mezelf om kwart voor vijf wakker ben geworden: 9 cm, infuus ingebracht, infuus klaar, verdoving klaar, zelf een Bird-cup uitgezocht, kind in kruin er in één wee netjes uitgetrokken, toch enorme nabloeding ten gevolge van haar twee vuisten grote vleesboom, ik schat 1500 ml, nergens speciaal op gebaseerd. Ze is niet diep in shock geweest, steeds goed bij bewustzijn, tenslotte is het bloeden min of meer gestopt, voordat een ballon nodig was. Ze kreeg helaas overdag maar 1 zak bloed ipv 2.  We zullen morgen het eindresultaat kunnen zien. Voorlopig de veel te hoge bloeddruk maar goed in de gaten blijven houden. (ten slotte is ze, een week na de bevalling, samen met de baby in goede toestand naar huis vertrokken).

 

(3-5-14)

Weer een dag verder:

Ik heb een stickje terug gevonden met allemaal oude muziek, veel van mijn eigen CDs staan erop.

Dat is mooi, want nu heb ik ineens veel extra muziek om naar te luisteren. Vele uren lang.

Vanaf vanmiddag is er geen stromend water meer in het ziekenhuis. Eén van de co’s heeft nu plastic handschoenen aan zodat ze die kan uittrekken wanneer ze smerige handen heeft gekregen. Zo slim was ik niet dus ik liep rond met handen met bloed eraan nadat ik met de moed der wanhoop een infuus bij iemand had ingebracht met een bloeddruk van 60/40. Wel vervelend dat ik nu met mijn nagels mijn tanden nu niet meer uit elkaar kan duwen om er een kafje tussenuit te krijgen. Het voelt echt vies, zulke handen, ook nadat ik ze met drie doseringen gel uit een handpompje voor het oog enigszins schoon gekregen. En ineens halverwege de avond stroomt er op mijn kamer weer water uit de kraan. Dat had ik pas twaalf uur later verwacht. 

Vandaag dacht ik dat ik een leven had gered: 12 uur vanmiddag had ik een manuele placentaverwijdering gedaan op de E.R. bij iemand die hevig bloedend werd binnengebracht. Daarna geen bloedverlies van belang, in schone omgeving gewerkt. Vanavond kregen we haar over op de afdeling. Een uur later ontdekte ik, buiten de gewone orde om, dat haar bloeddruk ineens geen 110/60 meer was maar 60/40. Glucose, O2, 3 liter infuus in een uur, vrouw in Trendelenburg, bloed proberen te krijgen, niets helpt. Daar gaat het leven dan alsnog. Een zuigeling van anderhalve dag blijft achter…. Zo zit ik te typen. Nog maar eens gaan kijken?? Daar ga ik, een minuut later, naar de andere kant van het ziekenhuis. En terwijl haar bloeddruk een uur ten onrechte niet meer gemeten is, na de laatste waarde 70/40 en de LAB man haar bloed niet heeft onderzocht, laat staan bloed voor haar heeft afgekruist, zit ze nu rechtop in bed een bord rijst met stukjes kip te eten. Ik begrijp niet wat deze vrouw voor een ziekte heeft, maar dat haar baby van anderhalve dag vandaag geen weesje wordt is ineens weer een goede mogelijkheid. Alsof er een aanval van hekserij is geweest die met moeite wordt afgeslagen…

Daar zullen we het toch maar niet op houden.  (de vrouw is vier dagen later in goede toestand samen met haar baby naar huis gegaan)

 

(zondag 4 mei 2014)

Op de achtergrond zingt Daniël Lohues het ene Drentse lied na het andere. Dat is goed tegenwicht tegen dingen in Nederland waaraan ik me kan ergeren. En dan weet ik weer dat Nederland het land is waar ik bij hoor. En ik herinner me weer dat we vroeger als gezin op zaterdagavond naar de Drentse uitzending van de RONO luisterden, naar een verhaal gelezen door Hans Heyting, of een stukje van “Mans Tierelier löp met zien dweellocht deur Drenthe,” vertellingen van Max Douwes over het Drents dorpsleven met Rieksien, een slim mannetje en old domnee die verbazend goed kon dammen. Een verhalenbundel ervan is antiquarisch nog te koop.

Drenthe is trouwens de streek waar mijn opa, ook een Gerrit van den Berg, een aantal jaren het turfschip van zijn stiefvader aan een touw moest voorttrekken, samen met zijn stiefbroers, van Nieuw Amsterdam naar Meppel of Kampen en weer terug. Een beetje zoals de Wolgaslepers op een schilderij van Repin, alleen was het schip dat ze voorttrokken kleiner.  Dat was vanaf de zomer van 1905. Later kreeg hij een eigen schip. Hij kreeg met zijn eerste vrouw 5 kinderen, van wie er 1 overleed, daarna overleed ook zijn vrouw; hij hertrouwde en kreeg nog 4 kinderen, van wie er 2 overleden voor hun derde verjaardag. Hij overleed in 1950. Hij was toen 61 jaar. Dit zijn cijfers die nu bij de gezondheidszorg van Papua Nieuw Guinea horen. Er is veel veranderd in 100 jaar.

In de geneeskunde is ook veel veranderd. Er is nauwelijks een ziekte die nog op dezelfde manier wordt behandeld. De dokters zijn toegankelijker geworden. Mijn opa ging niet naar de dokter. Dat hielp toch niet, het kostte alleen maar geld. Een heel enkele keer ging hij naar een homeopaat, voor zijn maagklachten, dat was alles. Mijn vader heeft nog een periode gedacht dat ze hem aan zijn hart wilden opereren omdat ze in Zwolle zo graag iets te opereren wilden hebben en zo extra geld konden verdienen. Ten slotte gaf hij zich gewonnen. Waarom? Wanneer ze na de kerkdienst de klapstoeltjes moesten opruimen en tegen elkaar moesten stapelen kon hij er op het laatst maar één tegelijk meer de kerkzaal uit dragen. Anders drukte het teveel op de borst. Na de hartoperatie heeft hij nog tien jaar in redelijke gezondheid kunnen leven.

Mijn schoonvader heeft vannacht een stent gekregen in een kransslagader, nadat hij inmiddels 89 jaar was geworden, een week ervoor. Hij maakt het redelijk.

Hier in Papua Nieuw Guinea gaan veel mensen ook niet graag naar de dokter: het helpt vaak niet, het kost teveel geld of het is een ziekte die door toverij is ontstaan en alleen door toverij weer beter kan worden. Een paar weken kwam een zwangere hier met verschijnselen van vermagering en een verlamming van de rechter arm en het rechter been. Ze overleed hier binnen een dag. Waarschijnlijk is dat tuberculose geweest. Maar soms is het te laat om er nog iets aan te kunnen doen. Men dacht aan toverij…

Soms gaan dingen hier nu al beter dan 100 of 50 jaar geleden in Nederland. Mensen leren dat er beter wat ruimte kan zijn tussen twee geboortes, een jaar of drie of meer. En dat ze in het ziekenhuis daarvoor pillen, injecties of onderhuidse staafjes hebben, die je in principe gratis kunt krijgen. Staafjes, zoals in Nederland Implanon®, zijn het nieuwste middel. Ik leer het inbrengen ervan aan zoveel mogelijk mensen. Gedisciplineerd steriel werken is het moeilijkste om mensen bij te brengen.

Soms gaat het medisch werk goed, soms maar net goed, soms maar half: Er werd een moeder ingestuurd, in verwachting van een tweeling, de eerste lag in dwarsligging en de arm hing er al uit. In de uren onderweg naar ons ziekenhuis werd dit kind toch al geboren. Het was erg klein en het was dood. Het tweede kind was blijven zitten. Het lag in stuitligging en leefde nog; inmiddels was de ontsluiting weer teruggegaan naar 4 centimeter. Met een keizersnede werd het kind geboren, levendig. De moeder wilde ook graag worden gesteriliseerd. Dat kon direct. Diezelfde dag werd er nog een kind per keizersnede geboren omdat het in dwarsligging lag. Ook goed.

Een zusje van Rini overleed een week na de geboorte omdat bij haar de dwarsligging niet op tijd was opgemerkt en ze te lang knel had gezeten. “Het betrof hier een vrouw die voor de zesde keer zwanger was.” zal er in de specialistenbrief hebben gestaan.  Dat was 50 jaar geleden in Nederland.

De afgelopen week kwam er iemand naar wie een speer was gegooid, de speer was tussen de ribben naar binnen gegaan en had de milt opengescheurd daarna was de speer door het middenrif heengegaan en lag nu tegen het hart aan. Ik het het op video teruggezien. Je zag de speer bewegen met het kloppen van het hart. De man is met een dubbel lumen endotracheaal buis onder narcose gebracht en de speer met weerhaak is verwijderd door die verder naar binnen te duwen en zo te pakken te krijgen en de wond is gereinigd; het hart had niet noemenswaardig geleden. Kijk dat kan dan weer wel hier.

Soms gaan hier dingen absoluut niet goed, tenminste dat vind ik. Ik heb nu drie weekenden achter elkaar dienst gehad, maar het blijft een verschrikkelijke kwelling: Zoals met de Pasen: het LAB komt niet opdagen of ze doen hun werk maar half. Het OK personeel wordt opgehaald met een busje van het ziekenhuis, maar is soms nergens te vinden. Ik heb daar de vorige keer over geschreven. De ziekenhuisdirecteur schreef  mij een brief terug dat het een misdaad was dat ik de OK deur van binnenuit had geopend. Dat allerlei personeel niet kwam opdagen wanneer ze dienst hadden, dat was geen probleem, in ieder geval dat was geen misdaad. Maar wanneer ik nog een keer de OK deur van binnenuit zou opendoen door via een raam naar binnen te gaan dan zou ik ontslagen kunnen worden. In Ghana noemden we dat een “First and last warning-letter”.  In sommige landen zouden de mensen dan op de grond spuwen als teken van verachting. Dat doe ik dan maar niet. IK wil nog wel verder hier.

Het is een groot verschil met mijn werk 30 jaar geleden in Ghana en Nigeria: toen was ikzelf de baas in het ziekenhuis en wat ik wilde kon ik van mijn personeel eisen; ik kon mensen die niet deugden voor hun vak desnoods ook ontslaan of laten ontslaan. Nu is dat anders: ik ben nergens de baas over; ik kan alleen mijn best doen en een voorbeeld geven. Maar misschien ben ik gewoon gek, en ben ik voor de mensen hier helemaal niet een voorbeeld van hoe het tijdens een dienst zou moeten zijn, althans niet in hun ogen.

Inmiddels belde de baas van VSO PNG mij ook al op: Ja, ze hadden een klaagbrief van de anaesthesist over mij ontvangen en het antwoord van de ziekenhuisdirecteur daarop. Ze moesten weten wat ik verkeerd had gedaan. Ik had hen geen kopie van mijn eigen klaagbrief gestuurd. De gynaecoloog, onder wie ik werk, staat helemaal achter mij. Hij heeft een poosje met haar gepraat en uitgelegd dat hij mij niet kwijt wilde. Nu is het blijkbaar goed. 

(5-5-14)

Hier weer een rare nacht: gisteravond een vrouw gezien met een kind in stuit, groot kind. Haar eerste kind was geboren met een vacuümextractie. Nu maar een sectio. Iedereen opgetrommeld (LAB, OK,  anaesthesist, kinderarts in opleiding). Niemand kwam, ook de LAB man niet, Toen na 2 uren wachten kreeg ik ineens de boodschap van de verloskamer: “kom want ze bevalt”: Toen ik kwam was de baby al geboren tot voorbij de navel: ik vroeg: hoe lang is de baby al zover eruit? antwoord: al meer dan 5 minuten. Terwijl ze weten dat de stuitbevalling als zo moeilijk wordt ingeschat dat ik er een sectio voor wil doen, gaan ze het doodleuk zelf proberen zonder mij erbij te roepen!  Afijn ik heb de rest van het kind er vlot uitgekregen. Apgar score 1 na 1 minuurt 4 na 5 minuten reanimeren door mij en 8 na 10 minuten. Na zeven minuten begon het kind luid te schreeuwen. Het heeft wel een slap armpje ( een gebroken sleutelbeen en misschien ook een Erbse parese, t.g.v. moeizaam geboren worden van die arm. Daarna, een uur later, is er nog een moeder geweest van 1m 40 cm (erg kort) die al een sectio had gehad. Nu eerst forse weeën, en de dreiging dat die ook een sectio nodig had. Dat kon dus niet vannacht. Ik heb alles klaargelegd voor een symfysiotomie. Maar de weeën zijn afgezakt. Ik ben vannacht nog wel 2x wezen kijken. Om zeven uur vanmorgen bij het laatste verrassingsbezoek: er was sinds een anderhalf uur een vrouw opgenomen met een bloeddruk van 170/140. Die hadden ze een bed gegeven en verder hadden ze er niet naar omgekeken. Normaal zou je die bloeddruk opnieuw meten na 5 minuten en als die dan echt zo hoog is meteen medicijnen geven, nu was er ruim een uur gewoon niets aan gedaan. Nu heb ik met twee bloeddrukmeters de bloeddruk opnieuw gemeten: 130/90, dus acceptabel. De urine had ook maar heel weinig eiwit, dus nog geen ernstige pre-eclampsie. Maar de verloskundige had ook dit niet goed ingeschat.

Het was dus weer ziekenhuisje spelen (men speelde dat men in het LAB werkte, dat men op de OK werkte en dienst had, dat men verloskundige was en men speelde dat men wist hoe men een stuitbevalling moest aanpakken, hoe men een éénmaal gemeten hoge bloeddruk moest vervolgen, enzovoort) Dit is het ziekenhuis waarvanuit elk jaar twintig verloskundigen worden opgeleid. Nu werd weer eens duidelijk waarom er twee Australische verloskundigen / tutors zijn om dat allemaal nog enigszins in goede banen te leiden.

 

(7-5-14)

Ik had weer zelf dienst. Ik ben de hele nacht er om de twee uren uit geweest voor een vrouw met een tweeling die moest bevallen. De eerste baby had een armpje naast het hoofd. Dat heb ik teruggeduwd voorzover dat ging. Toen lag alleen het handje nog naast het hoofd. Ze kwam niet verder dan 8 cm ontsluiting. Toen werd ze bijgestimuleerd met oxytocine. Dat hielp niet. Instructies om elke 15 minuten bij  haar de harttonen te luisteren werden niet opgevolgd. Ik had duidelijk aan allebei de verloskundigen die dienst hadden gezegd dat ze mij moesten roepen wanneer het te druk was om elke 15 minuten naar de harttonen te luisteren. Dat hebben ze beloofd en daarna niet gedaan. Om half vijf heb ik afgesproken dat het LAB haar Hb zou meten en twee zaken bloed zou afkruisen en dat daarna het OK team zou komen. Om half zeven was één zak bloed afgekruist, de tweede werd pas gedaan nadat ik zelf naar het LAB was gegaan om het uit te leggen. Toen kon het ineens wel.

NU is het wachten op het OK personeel, de anaesthesist en de kinderarts. Pas als die er zijn kan ik de sectio doen. Het is nu om zeven uur dat de telefoon gaat en dat ze haar nu naar de OK brengen. Dan zal het nog wel een eeuwigheid duren voordat ze haar spinaal hebben gegeven, maar goed, het is weer een stap verder. (daarna liep het goed af, twee gezonden kinderen. Je kan aan moeder en kinderen niet zien dat ze het een paar dagen geleden zwaar hebben gehad).

 

(10-5-14)

Het is zaterdagmorgen vroeg. Gisteravond en vannacht heb ik achterwacht gehad. Er was een vrouw die twee weken geleden was opgenomen met ongeveer 31 weken zwangerschap en vruchtwaterverlies. Toen ik een ECHO maakte bleek dat ze een gedeeltelijke placenta previa had. Dat is heel vervelend. Ze zou er behoorlijk uit kunnen bloeden. En dan… Het kind was te jong om een redelijke kans te hebben om gezond te overleven. En omdat de moeder al vruchtwater verloor, was er een kans op infectie, waarbij je ook niet graag een sectio deed. Daarbij was op de ECHO te zien dat de placenta helemaal over de voorkant van de baarmoeder lag uitgespreid. Dus ook een sectio zou behoorlijk bloeden. Dus: Afwachten maar: moeder antibiotica en dexamethason om de longrijping te bevorderen.Ze bleef veel vruchtwater verliezen. Na een week kwam er  ineens veel bloed mee, meer dan bij een menstruatie, maar dat hield ook snel op. Ze kreeg een Hb van 4 mmol/l (laag, want normaal is 8 mmol/l) Ze kreeg een bloedtransfusie, twee zakken bloed werden in voorraad gehouden. De baby bleef leven. en de moeder bleef lekken, bloed en vruchtwater. Eergisteren kreeg ze weeën, ik ben er ’s nachts drie keer naar wezen kijken of het hoofdje op de ECHO langs de uitloper van de placenta naar buiten zou kunnen schuiven. Maar er kwam geen ontsluiting en ’s morgens hielden de weeën weer op. Gisteren overdag had ze steeds weeën. Ze begon ook te klagen dat de afscheiding uit de vagina begon te stinken. Ze kreeg extra antibiotica, in de hoop een sepsis te kunnen voorkomen  De baby leefde nog steeds. Toen er werd gedacht dat het nu misschien zover was, deed ik weer een ECHO: waarschijnlijk weinig ontsluiting en met een voorzichtig speculum onderzoek: een vrijwel dichte cervix. Gisteravond is ze toch door de verpleging naar de verloskamer gebracht. Ze kon meteen mee terug. Er werd getoucheerd: 2 cm ontsluiting en de baarmoeder was niet eens helemaal verstreken.

Toen ik gisteravond de statistieken van de verloskamer zat te turven, zittend op de verloskamer afdeling, kwam er ineens iemand binnenrennen: ze is bevallen midden op de afdeling, waar ze opgenomen lag, het kind leefde, was geen 32 maar waarschijnlijk 34-35 weken, de moeder had nauwelijks gebloed. Eenmaal met de rolstoel in de verloskamer aangekomen raakte ze snel de placenta kwijt met oxytocine iv. Compleet. We konden zien dat het hoofd precies langs de rand van de nageboorte naar buiten was gekomen. Er was een randje dood placentaweefsel, daar waar het hoofd er tegenaan had geduwd gedurende langere tijd. De infectie viel mee. Het kind huilde de hele tijd krachtig en kon voor onderzoek naar de kinderarts, in dezelfde gang als de verloskamers en alles viel mee.

Wat een opluchting. Steeds tegen een dreigende ernstige, misschien levensgevaarlijke bloeding te kunnen aanlopen, steeds het risico op een sepsis bij langdurig gebroken vliezen, en dan toch een goed, levend kind. En nu: moeder en kind goed.

 

Dat was een mooie avond. Verder hoefde ik maar één keer als achterwacht op te draven: om te zien dat iemand een kind in stuitigging had, en niet in dwarsligging, zoals was gedacht. Ook dat viel dus alweer mee.

 

Vannacht heb ik geslapen en nu heb ik een kop koffie en vier boterhammen met Gouda kaas uit Nieuw Zeeland (ik kan geen verschil proeven). Na de dagelijkse doxycycine kan ik zometeen naar huis fietsen en alles klaarleggen voor een uitstapje: we gaan zwemmen en snorkelen, 30 km hiervandaan.

 

Naschrift;

Het was inderdaad mooi weer, mooi helder, lauw warm water om in te zwemmen, mooi gekleurd koraal van allerlei soorten, mooie visjes, o.a. kobaltblauwe visjes en visjes met een zachtgroen gekleurde kop en een iets donkerder blauw lijf , prachtige pastel-kleuren als een agaporna (dwergpapegaai).

 

We gaan vrolijk verder, ook als is er gisteren weer een vrouw opgelopen die bloedde t.g.v. een voorliggende placenta, zonder dat iemand op de gedachte was gekomen dat er bloed voor haar moest worden afgekruist voor een volgende bloeding. Bij de zaalvisite van vanmorgen hebben we dat kunnen corrigeren.

 

Groeten aan iedereen,

 

Gert van den Berg

lau-lau

een soort vrucht, groeit aan een boom; ik heb ze nooit in Afrika gezien, zijn wit, worden aan de buitenkant rood, doen denken aan radijs, maar smaken heel anders, veel lekkerder.
Ik weet niet of er een Nederlandse naam voor is.

naar Goroka en terug

Madang, dinsdagavond, 25-2-14.

 

Dag allemaal,

 

We zijn weer terug uit de hooglanden.

Zaterdag waren Rini, mijn vrouw, en ik overdag naar het centrum van Madang geweest en we hadden er ook koffie gedronken bij de Madang Country Women Association. Die hebben hun verenigingsgebouw op een mooi plekje aan het water, met een terras en speelgelegenheid voor kinderen. Elke zaterdagmorgen kun je er terecht voor koffie en muffins. Daar waren na een poosje ook nog een paar andere blanke vrouwen bij ons aangeschoven, ook vrijwilligers. Nadat iedereen met Rini kennis had gemaakt, vroegen ze naar onze plannen. Toen we vertelden dat we de volgende dag naar Goroka, in de hooglanden zouden gaan keken twee van de drie Rini met grote schrikogen aan: er zou namelijk wel van alles mis kunnen gaan. Het was een gevaarlijk gebied. Rini heeft zich er daarna veel zorgen over gemaakt. Ik kon haar er verder ook weinig geruststellends over melden, anders dan dat ikzelf me er absoluut geen zorgen over kon maken. Die avond heeft Rini nog onze bovenbuurman geraadpleegd en die bood toen Rini aan ons de volgende morgen in Madang op de bus te zetten.

Zondagmorgen zijn we dus vertrokken. Om kwart voor acht werden we door de buurman afgezet bij de bushalte en hij hielp ook nog bij het uitzoeken van een geschikt minibusje. Het busje dat voor ons werd uitgekozen was nog maar half vol. Er waren ook nog drie andere busjes, sommige groter dan dat waarin wij waren gaan zitten, die ook richting Goroka gingen, en de chauffeurs en hun bijrijders moesten proberen om zo snel mogelijk hun eigen busje vol te krijgen. De bushalte in het centrum van Madang is eigenlijk een groot plein. En nu gingen alle busjes rondjes rijden, terwijl chauffeur en bijrijder voortdurend riepen: “Goroka, Goroka, Goroka, hier instappen”. Tenslotte, om een uur of negen, zat ons busje vol. Daar gingen we. Iedereen kon alvast betalen. Afstand 250 km, kosten 15 euro (50 Kina) Het eerste reisdoel was: het benzinestation want daar moest eerst nog worden getankt. Er is gelukkig altijd genoeg diesel in Madang. Na een kilometer of tien moesten we eerst nog een zijweg in naar een klein dorpje waar 3 zakken betelnoten moesten worden opgehaald. Het duurde even voor we er waren en het duurde vervolgens even voordat de zakken een plaatsje onder de banken hadden gevonden, want daar was al bijna geen plaats meer. Om tien uur hadden we echt het gevoel dat we nu echt op weg waren naar Goroka. Het was een mooie tocht. Tussen hoge grillig gevormde heuvels door, die dicht begroeid waren met hoge bomen met lianen. Af en toe kwamen we een dorpje tegen: netjes aangelegde percelen met een huis op palen en eromheen perkjes met bloemen en bloeiende heesters en mooi gekleurde bladplanten.

De weg was af en toe slecht met gaten erin en scheuren van aardverschuivingen. We werden (uiteraard) nog allemaal gecontroleerd bij een checkpoint op het bezit van besmette kokosnoten. Na tien minuten mochten we allemaal de bus weer in. Er waren wel kokosnoten in de bus geweest maar die waren door de controleurs niet aangetroffen omdat ze niet goed hadden gekeken. Daarna moesten we een wild stromend riviertje over. Er was een soort betonnen brugdek gemaakt van 5 meter breed en 50 meter lang waarover nog 5-10 cm water stond. Met een gangetje reed onze bus het water in. We gleden een halve meter met het riviertje mee en daarna gingen we rechtdoor naar de overkant. We reden verder en hadden af en toe prachtige vergezichten met heuvels en bergen en soms een diep dal waar we dan de boomtoppen in de diepte konden zien. Na een uurtje kwamen we bij een marktje waar we een minuut of twintig boodschappen konden doen, zoals rollen biskwietjes met een smaakje, flesjes cola en Fanta en voor de liefhebbers betelnoten met toebehoren. Na weer een half uur kwamen we in een rivierdal van 10 km breed en aan weerskanten bergen tot 3500 meter hoog. Het dal was breed, wat moerassig en er worden tegenwoordig plantages aangelegd met suikerriet en oliepalmen, die het goed lijken te doen. Hier en daar worden dorpjes aangelegd voor de mensen die er zijn gaan werken. Het deed af en toe denken aan de Flevopolders toen die net werden aangelegd. Zo vlak en zo nieuw is alles er. Er zijn daar inmiddels ook schooltjes en health posts opgericht.

Na verloop van tijd klommen we aan de andere kant weer omhoog. Over haarspeldbochten kwamen we tenslotte boven en hadden een prachtig uitzicht over het dal, ruim een kilometer beneden ons. Na verloop van tijd kregen we een lekke band. Er werd een andere band gemonteerd, die gelukkig niet lek was, maar wel was het profiel eraf en kwamen de stalen draden aan de binnenkant door het rubber heen kijken. We reden weer weg en toen bleek dat de metalen beugel waarop de reserveband had gelegen eerst weer had moeten worden vastgeschroefd. Daarvoor was het nu gelukkig nog niet te laat. In de volgende grote plaats werd gekeken of de lekke band kon worden geplakt. Dat kon niet, maar wel kon de band worden opgepompt, voor wat het waard was. De reserveband heeft het gelukkig uitgehouden tot het einde. We kwamen nog langs een mooi stuwmeer en ineens waren we in Kainatu. We hadden onderweg af en toe met een man zitten praten die er hier uit moest. Het was een Papua die Bijbelvertaler was voor het Wycliff bijbelgenootschap in Ukarumpa, daar vlakbij. Hij had een nichtje, een oomzegger die ik weer kende omdat zij vier maanden verloskunde stage had gelopen als beginnend arts, bij mij op de afdeling in Madang. Mijn zus Jenneke heeft daar in Ukarumpa ook nog kennissen (Gerwin en Petra Petersen). De wereld is maar klein.

Om half zes kwamen we aan bij het hotel dat ik in de gedachten had. Daar was nog plek. En toen we net op onze budget kamer waren aangekomen ging de telefoon al: we mochten voor dezelfde prijs ook in een dubbel zo luxe kamer logeren. Het was een mooi hotel. Rini kon er met haar creditcard betalen, alles was schoon, er waren koffie en thee op de kamer en het eten in de eetzaal was lekker, want er was een Chinees restaurant in het gebouw aanwezig. Iedereen was vriendelijk. Het centrum van Goroka bleek op 15 minuten wandelen te zijn. Het was Rini erg meegevallen.

De volgende dag, maandag hebben we over de markt gedwaald en Rini heeft er foto’s gemaakt van de groentes en het fruit. Dat wordt daar overal in de hooglanden verbouwd en alles doet het er, zelfs aardbeien zijn er volop te koop, een grote bak voor € 1,50. Iedereen heeft er een draagtas, mannen, vrouwen en kinderen, en Rini heeft er dus ook een.

Daarna hebben we alles naar de kamer gebracht. Toen was Rini moe en ging liggen lezen. Na verloop van tijd ben ik Goroka weer ingelopen en heb bekeken waar alles was. Later die middag wilde Rini toch wel weer weten waar ik dan souvenirs en draagtassen had gezien, dus toen zijn we samen nog een keer Goroka ingegaan. Toen het begon te regenen waren we alweer bijna thuis. Rini wilde liever terug naar Madang dan nog verder het hoogland in. Zo zijn we dus vanmorgen weer teruggereisd. Om kwart voor acht op het busstation, ingestapt in een leeg minibusje waarin de chauffeur zat van twee dagen geleden. Die had netjes gereden. Maar toen moet het busje nog meer klanten zien te vinden: we reden weer eindeloos rondjes rondom de rotonde waaraan ook de bushalte gelegen was. Om tien uur gingen we tanken en even daarna vertrokken we echt. Alleen… de buschauffeur had een vrije dag en zijn plaats werd ingenomen door een ander, die redelijk voorzichtig reed alleen soms wat aan de snelle kant. We hebben weer van het landschap genoten en van de mooie Papua dorpjes en om vijf uur waren we thuis. We hebben nog boodschappen gedaan en ik heb eten gekookt. Nu zitten we allebei te lezen. Ik ben in het nieuwe boek van Franka Treur begonnen: “de woongroep”, een prachtig boek. Ik wou dat ik zo mooi kon schrijven. Haar eerste boek: Confetti op de dorsvloer was ook al zo’n mooi boek.

Plannen voor de komende dagen hebben we niet echt. Misschien gaan we nog een paar dagen naar een strand in de buurt (Jais Aben, een resort waarover ik wel eens eerder heb geschreven).

 

Nou, jullie zijn weer op de hoogte.

 

Groeten van ons allebei, Gert en Rini van den Berg

bezoek uit Nederland van mijn vrouw Rini

Madang, zaterdag 22 februari 2014

 

Dag allemaal,

 

Nu we weer in Madang zijn en we weer op internet kunnen is het weer tijd om iets terug te schrijven.

 

Rini en ik hebben de helft van onze tijd samen er al weer opzitten.

Ik had geen vaste planning gemaakt, maar had wel een mogelijke indeling van de tijd doorgemaild. Rini kon daar gewoon vanaf wijken. Vrijdagavond kwam ze aan en ik had een collega die een auto heeft en die haar samen met mij van het vliegveld heeft opgehaald.

In het weekend hebben we Madang bekeken en ’s zondags hebben we in Jais Aben gekeken en het rif bekeken en Rini heeft er een snorkel en een duikbril gekocht. Het rif viel haar nogal tegen: “lang niet zo mooi als in Australië”.

Wat niet ingepland was: ik was de eerste dagen ziek met hoesten en bijholteontsteking, en Rini had datzelfde tot gisteren aan toe. Rini heeft er ook duidelijk koorts bij gehad.

De eerste week had ik nog gewerkt, met daarbij het idee dat Rini het misschien interessant zou vinden om te zien hoe het allemaal toeging in het ziekenhuis. (de eerste dag zaalvisite en rondgang door het hele ziekenhuis, de tweede dag zwangeren poli en ECHOs, de derde dag operaties en de vierde dag weer spreekuur en een nachtdienst). Maar Rini heeft vooral bij mij thuis gezeten. Voor mijzelf was er nog een blijde verrassing: de twee koffers met spullen uit Ghana zijn heel en ongeschonden aangekomen vanuit Ghana, met veel medische boeken, instrumenten en wat kleren. Rini is op mijn fiets toen nog naar mij toe gekomen om er foto’s van te maken. De vrijdag van de eerste week zat mijn werk erop en zijn we naar het eiland Karkar gegaan, naar kennissen van mij. Rini heeft er al over geschreven. Een mooie busrit langs allerlei schilderachtige Papua-dorpjes en ten slotte, na een uur, de haven van waaruit grote roeiboten met een sterke aanhangmotor (60 pk) de oversteek naar het eiland maken. Toen we bij de haven aankwamen, was het stormachtig geworden met op iedere golf een witte schuimkop, maar er gingen nog wel boten van een meter of 8 lengte naar de overkant. Iemand kon ons meteen uitleggen met welke boot wij mee moesten voor een directe reis naar het ziekenhuisdorpje. Met een man of 10-12 zouden we naar de overkant varen. De goederen werden halverwege de boot opgestapeld, met een dekzeil eroverheen. Wij zaten daarachter met z’n drieën met de ruggen tegen dat dekzeil aan, met het gezicht naar de stuurman en zijn helpers. We kregen het advies onze mobiele telefoons niet in de broekzak te laten maar in onze tassen onder het dekzeil te bewaren. Waarom werd snel duidelijk: de stuurman probeerde zoveel mogelijk tussen de golven van zo’n twee meter hoog door te sturen en het buiswater spoelde de hele tijd over ons heen. Een tweede dekzeil dat we boven onze hoofden konden houden hielp weinig. Iemand naast de stuurman hoosde aan één stuk door water terug overboord, maar soms woei het water direct alweer terug, de boot in. Na een poosje hadden we geen droge draad meer aan ons lijf, behalve dan in de wandelschoenen die ik aan had, waardoor de verste helft van mijn sokken droog bleef. We hadden ook nauwelijks een idee hoe snel het varen ging. We konden niets anders doen dan rustig afwachten terwijl water en schuim aan weerszijden van de boot vlak langs ons heen vlogen. Na een klein uur werden de golven kleiner en even later waren we in de buurt van de kust van Karkar. Weer even later gingen we aan land op een op het oog afgelegen strand. Iemand wees ons een pad en na 50 meter waren we al op het ziekenhuisterrein. We vonden snel het huis van de dokter waar we zouden logeren en we konden er meteen onder de douche. Daarna hadden we gelukkig genoeg droge kleren bij ons. Die waren onderweg niet nat geworden. We konden de cadeautjes voor het uitpakken (groenten, een auto-transfusie-set voor het ziekenhuis en een pakje guar-gum zodat ook zij daar Echo-gel konden maken in geval het voor de zoveelste keer opraakt).

De vrouw is een Duitse gynaecoloog en haar man is een Spaanse organisatie deskundige. Ze hebben elkaar een paar jaar geleden in een kamp van Artsen Zonder Grenzen in Pakistan leren kennen en zijn inmiddels getrouwd. Ze hebben prachtige Duitse Herder van een jaar of vier en een aandoenlijk klein grijs met wit poesje van een week of zes oud, dat allerlei kattekwaad uithaalt. We hebben er regelmatig uitgebreid mee zitten praten over al hun wederwaardigheden en over hun teleurstellingen over het ziekenhuis op Karkar. Er is daar weinig organisatie, er is geen discipline en iedereen kan komen en gaan of wegblijven van zijn werk naardat het hem / haar goeddunkt. Ze hebben veel steun aan een aantal Australiërs die er al voor de derde generatie zitten en hen met van alles helpen, met een generator, revisie van een pomp, een auto, het maken van een nieuw dak op alle ziekenhuisgebouwen, enzovoort. Ze spreken de taal inmiddels goed en de zaalronde en lesgeven gaan helemaal in Tok Pisin.  

Ze wonen er prachtig, met een ruim huis voor hen alleen en een grote tuin waarin ze hun energie helemaal kwijt kunnen. Maar dat is niet altijd voldoende om het ergens  vol te houden…

Ze hebben een auto, die ze voor veel geld van de vorige Duitse artsen hadden overgenomen.  Net toen wij er waren ging hun auto voor de zoveelste keer kapot.

We hebben er verder heerlijk gegeten. Mensen uit zuid Duitsland en uit Spanje maken daar meer werk van dan ik.

Elke dag hebben we er één of twee keren gezwommen. Er zijn langs het strand twee koraalriffen waar 50 cm tot 3 meter water in staat met een veel dieper stuk ertussen. De koraalriffen staan vol levend koraal van allerlei verschillende soorten met her en der prachtige blauwe en roze zeesterren en veel glanzend zwarte zee-egels, waarvan we weten dat je die niet moet aanraken en dat je er zeker niet op moet gaan staan. De stekels breken af en bevatten een gif dat heel pijnlijk is en dat met vloeibaar kaarsenvet of met heet water kan worden geneutraliseerd. Overal zie je visjes en vissen zwemmen, onvoorstelbaar veel verschillende soorten, vaak heel mooi gekleurd. Geel met zwart en wit gestreept met blauw aan de vinnen en groen op de kop (regal angelfish), ook de Nemo-visjes (clownsvisjes) waren te zien, zwemmend tussen de anemonen, ook visjes die helemaal blauw waren, heel lichtblauw of kobaltblauw of helemaal zwart, wat grotere vissen die weer lange, gestreepte vissen achter zich aan hadden die hen vrij moesten houden van parasieten(?). Ook vissen met een bijzondere vorm, plomp, met een dikke buik (Triggerfish), of plat, zoals butterflyfishes of ook nog met een mooie vaan boven hun lichaam langs (dus angelfish en bannerfish genaamd)

Het was elke keer weer een verrassing wat voor soorten we nu weer zouden zien, sommige plaatsen gingen we wel herkennen.

We hebben plannen gehad om de vulkaan te gaan beklimmen, maar het was er steeds te nat voor. Elke nacht regende het hard. Uren lang.

Verder heb ik kennis gemaakt met een Australische verpleegkundige die voor de Rotaryclubs in Australië een programma opstart waarbij zoveel mogelijk vrouwen een speciaal soort anticonceptie wordt aangeboden: twee plastic staafjes waaruit langzaam een hormoon (levonorgestrel) vrijkomt dat de vrouwen zolang ze dat willen onvruchtbaar maakt. De staafjes worden onder de huid, aan de binnenkant van de bovenarm ingebracht  onder plaatselijke verdoving. Als de staafjes worden verwijderd kan de vrouw direct weer zwanger worden. In Nederland bestaat iets dat er op lijkt: Implanon. Dat is met één staafje en een ander hormoon. Ik heb er in Karkar onder begeleiding zelf zeven ingebracht en ik heb nu ook 100 setjes meegekregen om in ons eigen ziekenhuis bij liefhebbers in te brengen. Lijkt me een prima idee.

Vanmorgen zijn we teruggevaren weer met behoorlijke golfslag, maar we zijn niet weer zo nat geworden. En om tien uur waren we weer thuis.

Dus toen was er weer het gewone werk: nog een medisch rapport schrijven dat was blijven liggen. Spullen van het ziekenhuis in Karkar (uitstrijkjes) op het postkantoor hier in Madang bezorgen voor versturing naar Australië. En we hebben nog een fluitketel gekocht voor onze vrienden in Karkar, als dank voor ons verblijf bij hen. We hebben over de markt gedwaald, we zijn weer naar de supermarkt geweest en daar weer een ijsje gegeten.

En nu zijn we weer gewoon twee dagen thuis. Rini heeft een paar keer lekker gekookt. Ze zit nu te lezen terwijl ik mijn verhaal uitschrijf.

 

De volgende weken?

Rini heeft geen zin om naar Manus Island te gaan. Dus dat gaat niet door. We kunnen nog een paar dagen naar het centrale bergland, naar Goroka. Misschien verder naar Mendi. Via Internet hebben we wel namen en adressen van hotels of zoiets. En met de telefoon kunnen we ter plekke reserveren en ons laten ophalen van het plaatselijke busstation. En dan maar hopen dat we mooi weer en een mooi uitzicht hebben.

 

 

Groeten aan iedereen.

 

Gert.

Nieuwe blog, voor wie het nog niet wist….

Dag allemaal,

Ik heb gemerkt dat er mensen zijn die per ongeluk niet de overstap hebben meegekregen naar de nieuwe blog van mij.

Mijn verhalen staan niet meer op Gert in Afrika maar op Gert in Papua Nieuw Guinea.

De makkelijkste manier om er te komen is intypen: http://berghoeve11.wordpress.com en dan denk ik dat je op mijn nieuw blog komt. Het is dan ook mogelijk je op te geven voor een e-mailtje dat dan elke keer komt wanneer er weer een nieuw verhaal op mijn  blog staat.

 

Groeten

 

Gert van den Berg

nu alweer enige tijd :

Dept. of Obstetrics and Gynaecology

Modilon General Hospital

P.O. Box 2119

Madang 511, Madang Province, Papua New Guinea